La seconde guerre mondiale, vue d’aujourd’hui/ World War Today

We probably all know at least one of these photos by Roger Cremers, we’ve seen it before – it was part of a series awarded a First Prize by WorldPressPhoto in 2009, it was shown around the globe. These tourists at Auschwitz make us smile – a wry smile, yet a smile: ‘stupid tourists.. So Auschwitz has become a tourist attraction?’- but they also put us ill at ease. And this is the case with all the photos Roger Cremers assembled into a book and an exhibition (World War Today; Verzetsmuseum Amsterdam), showing commemorations as well as tourists as well as enactments at well-known WWII sites: concentration camps (the ‘touristy’ Auschwitz and the ‘hidden’ Sobibor), the beaches in Normandy where the D-Day landings took place, other battlefields (like the steppes around Stalingrad, where voluntary workers exhume a few corpses of the thousands of soldiers who were killed during the battle of Stalingrad) – but also Berchtesgades, Hitler’s eagle’s nest in the Austrian Alps, and meetings of former SS-members… All these intriguing photos finally ask us one question. Where do I stand?

Read my blog about this (in French):

Comment vivons-nous la Seconde Guerre Mondiale aujourd’hui? Plus de soixante-dix ans après la Libération, comment regardons-nous notre passé? Roger Cremers a photographié des touristes à Auschwitz, des acteurs rejouant des scènes de la Libération, des commémorations en Normandie, des bénévoles qui retrouvent, identifient et réenterrent des combattants morts pour la Russie à Stalingrad… Une belle exposition au Musée de la Résistance d’Amsterdam (Verzetsmuseum), qui fait réfléchir, et qui fait naître plus de questions que de réponses. 9200000049273094

Source: La seconde guerre mondiale, vue d’aujourd’hui

Geen tijd voor Proust

Geen tijd voor ProustInteressante bespreking, die van Occy MacMahon (of wie de auteur ook is), op occamsrazorlibrary. Ik ben het er wel in grote trekken mee eens. Heb – in tegenstelling tot deze auteur – de domheid begaan om Geen tijd voor Proust wel ‘s avonds in bed, net voor het slapengaan, te lezen. Daar is dat boek (roman? essai? mengvorm?) eigenlijk niet geschikt voor.  Vandaar dat ik – toen ik het uit had – het gevoel had: ik moet het nog een keer lezen. Dat gebeurt me niet heel vaak, en altijd bij boeken die ‘er toe doen’.

Tja, ik ben sober met complimenten. Ze klinken zo onoprecht wanneer ze over het boek van een vriend gaan. Ik zou natuurlijk nog kunnen toevoegen dat ik het heel goed geschreven vond, in een mooie taal (soms bijna op het precieuze af, maar who cares?). Waar vind je dat nog, vandaag de dag, zinnen die zo mooi zijn dat je ze herleest? Ik zal niet zeggen bij welke auteurs dat me eerder is overkomen, het moeten herlezen van een zin, een woord, een uitdrukking – dan gaat Jelle maar naast zijn schoenen lopen (voor zover hij dat zou kunnen).

En dan de structuur, de ‘plot’. Knap om een niet zo simpel betoog (de passages over kwantumfysica gingen me meestal ver boven de pet) zo te doorspekken met een verhaallijn – compleet met humor, suspense en cliff hangers – dat je blijft lezen, ook al is niet alles even toegankelijk. En knap ook hoe hij aan het eind op z’n pootjes terecht komt met baron de Charlus als een soort deus ex machina.

Hier stop ik. De aangehaalde bespreking van Occy MacMahon is veel mooier, doordachter en completer dan de mijne – om allerlei redenen – ooit zou kunnen zijn.

Geen tijd voor Proust / Jelle Noorman. – Amsterdam : Atlas, 2014. – 430 p. – ISBN 9789025442767/ – Meer info bij Librarything en hier